De Ripper Files # 05

“Eén koffiebroodje, graag.”
Het is het eind van de middag. In de vitrine van de bakker in de Theresiastraat liggen de laatste twee koffiebroodjes naast elkaar op een schaal. De ene is mooi rond, gelijkmatig gebakken en royaal voorzien van glazuur. De andere is duidelijk te hard gegaan in de oven. De randen zijn donkerbruin, hij is kleiner, bijna ovaal van vorm. Zelfs het laagje glazuur is te dun en zit er scheef op, alsof een duif er zijn grote boodschap op heeft gedaan.
De Ripper Files # 04

Als motto voor De Ripper connectie – het citaat voorin het boek – heb ik de laatste zinnen van het profiel dat de FBI in 1988 van de “schrik van Whitechapel” maakte genomen. “Jack the Ripper believed the homicides were justified and he was only removing perishable items. Who were like garbage.”
Vrij vertaald komt het erop neer dat Jack the Ripper in de overtuiging verkeerde dat zijn moorden gerechtvaardigd waren, en dat hij in zijn ogen alleen maar aan bederf onderhevige objecten verwijderde – zoals je vuilnis op straat zet. Een ijzingwekkende conclusie, die naar mijn mening de lezer goed voorbereidt op wat komen gaat.
De Ripper Files # 03

“Schrijven is ellendig,” stelt de schrijfster Mensje van Keulen.
Zo erg is het nou ook weer niet.
Neemt niet weg dat er dagen zijn dat het niet meezit. Dat de zinnen niet willen komen. Dat letters onwillig over het beeldscherm stuntelen. Niet noodzakelijk uit gebrek aan inspiratie, maar omdat je niet – hoe zal ik het zeggen – synchroon met je manuscript loopt. Dat wat in je hoofd zit niet klopt met wat je vingers typen.
Daar is weinig aan te doen, behalve gewoon doorgaan en hopen dat je op een gegeven moment weer met je werk samenvalt. Wat het meestal ook wel doet. In de regel kan ik dan volstaan met het herschrijven van de eerste paar bladzijden.
Het wordt me wel regelmatig gevraagd: wat doe je als je een dag geen inspiratie hebt?
De Ripper Files # 02

Amateurdetectives, paragnosten, thrillerschrijvers (recentelijk Patricia Cornwell nog, in 2017), journalisten… De hele wereld lijkt zich, toen en nu, te hebben verenigd in de jacht op die ene persoon.
De Ripper zou een slager zijn, een jood, een abortionist, een politieman, een gek, een dokter, een epilepticus, een schizofreen, een buitenlander. De duivel, een gorilla. Een zeeman, een kok, een kapper, een soldaat, een koetsier. Hij zou dun zijn, dik, lang, kort, oud, jong. In kranten werd hij steevast afgebeeld als een geesteszieke Joodse immigrant met een zwarte baard.
De lijst met mensen die ervan verdacht werden de Ripper te zijn is inmiddels tot een indrukwekkende lengte gegroeid. Het naslagwerk Jack the Ripper suspects: the definitive guide and encyclopedia, van Paul Williams (uit 2018) wordt als compleet beschouwd en komt op 333 personen.
De Ripper Files # 01

De angst voor “de schrik van Whitechapel” zit er in 1889, wanneer mijn verhaal van start gaat, nog stevig in. Wereldwijd – ook in Nederland – wordt er in de kranten wild gespeculeerd wie er achter het pseudoniem schuil zou gaan. Waarom hij deed wat hij deed. Om hoeveel moorden het nu precies ging. En of hij opnieuw toe ging slaan. Iedereen hield er een eigen mening op na, maar de heersende consensus was wel dat het hier om een zwaar gestoorde maniak ging. Een geesteszieke crimineel dus. En voilà, daar had ik mijn link. En mijn verhaal.
Hello world!
Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start writing!